Belastingtips 2011, opgesteld door het Register Belastingadviseurs en Fiscaal up to date.

 

Erven en schenken                                                                      

 Voordelen van schenken

Uw erfgenamen kunnen een aanzienlijke besparing van erf- en/of schenkbelasting behalen als u tijdens uw leven (periodiek) aan hen schenkt, waardoor bij overlijden minder erfbelasting verschuldigd zal zijn. Door de progressie in het tarief en de mogelijkheid om de vrijstellingen van het schenkingsrecht te benutten, is het daarnaast vaak voordeliger om geleidelijk door middel van jaarlijkse schenkingen uw vermogen te verminderen. U kunt daarbij overwegen om aan de schenking een uitsluitingsclausule te verbinden. Daarmee wordt bereikt dat het geschonken bedrag privévermogen blijft van uw eigen kind.

 Vrijstellingen

Ouders kunnen jaarlijks aan ieder van hun kinderen een schenking doen, zonder dat het kind daarover schenkbelasting verschuldigd is. Voor 2011 kunt u binnen deze algemene vrijstelling maximaal € 5.030 per kind schenken. Voor kinderen van 18 tot en met 34 jaar mag u eenmalig € 24.144 belastingvrij schenken. U kunt op basis van een goedkeuring ook van de eenmalig verhoogde vrijstelling gebruik maken als uw eigen kind buiten de leeftijdscategorie valt, maar zijn of haar partner (echtgenoot of geregistreerde partner) nog niet. Als meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag dan is het kind over het meerdere schenkbelasting verschuldigd. Over dit meerdere tot € 118.708 bedraagt de schenkbelasting voor kinderen 10%, daarboven is 20% verschuldigd. De hoge (eenmalige) vrijstelling schenkbelasting geldt per ouderpaar en geldt dus niet per ouder. Ook als de ouders gescheiden zijn, kan de vrijstelling dus maar één keer benut worden. Aan overige personen (zoals bijvoorbeeld kleinkinderen of derden) kunt u jaarlijks onbelast een bedrag van maximaal € 2.012 schenken. Een bijkomend voordeel voor de schenker om nog schenkingen in 2011 te doen, is dat het bij de schenker de box 3-heffing bespaart. Hiertegenover staat dat de ontvanger van de schenking zijn box 3 vermogen ziet toenemen en dus wellicht (meer) inkomstenbelasting is verschuldigd.

 Schenking van € 50.300 aan kind voor eigen woning of studie

Er geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van maximaal € 50.300 van ouders aan een kind van 18 tot 35 jaar, als het kind de schenking gebruikt voor de aankoop van een eigen woning, de kosten voor verbetering of onderhoud van een eigen woning, de afkoop van een recht van erfpacht, opstal, of beklemming en een aflossing van de eigenwoningschuld. Daarnaast mag de schenking gebruikt worden voor het betalen van de kosten van een studie of een opleiding voor een beroep. De kosten voor een dergelijke studie moeten minstens € 20.000 per jaar bedragen. Van deze schenkingen moet een notariële akte worden opgemaakt. Als de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning van het kind moet dat in de akte van levering van die woning worden opgenomen. Als al vóór 2010 gebruik is gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling (in 2009 bedroeg deze bijvoorbeeld € 22.760), dan geldt er een overgangsregeling. In dat geval kan door een ouder aan een kind voordat het kind 35 jaar wordt, alsnog een eenmalige vrijgestelde schenking van € 26.156 worden gedaan. Die schenking moet dan wel gebruikt worden voor de aankoop van een eigen woning. De vrijstelling geldt niet als de schenking gebruikt wordt voor een studie of opleiding.

 Aangifte schenkbelasting

Als u in 2011 een schenking doet of heeft gedaan boven de algemene vrijstellingen van € 5.030 of € 2.012, moet u vóór 1 maart 2012 aangifte schenkbelasting doen. Het schenken binnen de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 24.144 of € 50.300 moet u ook in een aangifte schenkbelasting aangeven, onder vermelding dat van deze vrijstelling gebruik wordt gemaakt. De Belastingdienst moet immers weten of en zo ja, voor welk bedrag de schenkingsvrijstelling is benut.

Schenkingsobjecten

De meest gangbare schenking is de schenking in contanten. Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld een schenking te doen in de vorm van een overdracht van onroerende zaken, een kunstcollectie of effecten. De schenker hoeft niet per se de macht over het geschonken vermogen te verliezen. Als sprake is van een schenking onder schuldigerkenning, schenking van gecertificeerd vermogen, herroepelijke schenkingen of schenkingen onder bewind, verliest de schenker de macht niet. Een vermogensbestanddeel dat geschonken wordt onder schuldigerkenning, valt in box 3, zowel voor de schenker (als schuld) als voor de begiftigde (als bezitting). Over de schuld moet jaarlijks 6% rente worden betaald. Deze rente speelt in de inkomstenbelasting zowel voor de ontvangende als de betalende partij geen rol. Als de rente niet aan uw kind wordt betaald, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat het bedrag van de schenking bij uw overlijden door uw kind krachtens erfrecht is verkregen en mist het dus zijn doel. In dat geval is immers alsnog erfbelasting verschuldigd en dat is nu juist niet de bedoeling. Zorg er daarom voor dat de rente jaarlijks wordt betaald en dat u van de schenking onder schuldigerkenning een notariële akte laat opmaken.

Fiscaal partnerschap

Voor echtgenoten geldt een hoge vrijstelling als één van de echtgenoten komt te overlijden. Ook samenwoners kunnen van die hoge vrijstelling gebruik maken maar dan moeten zij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Slechts de samenwoners die over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben of een gezamenlijke woning bezitten, zijn elkaars fiscale partner.

Bij de schenk- en erfbelasting is als aanvullende voorwaarde gesteld dat de samenwoners in het samenlevingscontract een wederzijdse zorgplicht opgenomen hebben. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie, dan zijn zij toch elkaars fiscale partners voor 2011. Op grond van overgangsrecht geldt voor samenwoners pas vanaf 1 januari 2012 het vereiste dat zes maanden voorafgaand aan het overlijden sprake moet zijn van een notarieel samenlevingscontract. Haast is dus geboden als u in 2011 nog niet aan deze voorwaarde heeft voldaan.

 Geld uitlenen aan uw kind

Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (ofwel 30% van 4%), maar voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1 inkomen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de ouder 4% rendement haalt over de lening aan het kind (dit is het rendementspercentage box 3). Als de ouder een hoger percentage dan die 4% in rekening brengt aan het kind, heeft dit bij de ouder geen gevolgen voor de belastingheffing. Bij het kind is als eigenwoningrente het hogere percentage in box 1 tegen het progressieve tarief aftrekbaar. Het is mogelijk dat de ouder de hogere rente door middel van schenkingen terugschenkt aan het kind. Zorg ervoor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek.

Goed doel

Giftenaftrek

De giftenaftrek wordt per 1 januari 2012 voor bv´s voordeliger in die zin dat de huidige aftrekdrempel van € 227 komt te vervallen. Daarnaast kan een bv in plaats van de huidige 10% vanaf 2012 maximaal 50% van de belastbare winst als giften in aftrek brengen met een maximum van € 100.000.

 Verder geldt zowel in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting met ingang van 2012 een extra faciliteit voor giften die gedaan worden aan een culturele instelling. Voor de berekening van het aftrekbare giftenbedrag mogen de giften aan een culturele instelling met 1,25 vermenigvuldigd worden, met een absoluut maximum van € 1.250. Dit betekent dat de verhoging van 25% wordt toegepast over maximaal € 5.000 van de aan de culturele instelling gedane giften. Het is daarom voordeliger om giften aan culturele instellingen door te schuiven naar 2012.

 Negatieve giftenaftrek

Het is tot en met 2011 mogelijk om een fiscaal aftrekbare gift aan een algemeen nut beogende instelling te doen onder een ontbindende voorwaarde. Als de gift vervolgens wordt teruggedraaid, leidt dat tot en met 2011 niet tot het terugnemen van de fiscaal aftrekbare gift. Dit gaat per 1 januari 2012 veranderen in die zin dat een negatieve giftenaftrek wordt geïntroduceerd. Een gift die wordt herroepen, moet bij het inkomen geteld worden. Is in het verleden een gift gedaan onder een ontbindende voorwaarde, dan is 2011 het laatste jaar dat de gift zonder fiscale gevolgen kan worden teruggedraaid.

 Ondernemingsvermogen

Het kan fiscaal voordelig zijn om ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen in een eigen bv (geleidelijk) te schenken aan uw kind(eren). De toekomstige waardestijging van de onderneming of de bv komt daardoor (deels) toe aan de kinderen. Daarnaast zal bij overlijden het vermogen van de overledene lager zijn, waardoor minder erfbelasting verschuldigd is. Wordt ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen geschonken, dan geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de schenkbelasting. Deze vrijstelling bedraagt 100% voor een going-concernwaarde van de onderneming tot maximaal € 1.006.000. Als de going-concernwaarde van de onderneming hoger is dan € 1.006.000, geldt een vrijstelling van 83%.

 

Bij gebruikmaking van de regeling, kan de verkrijger bovendien voor de verkrijging van een bepaald deel van het verkregen ondernemingsvermogen gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de verschuldigde schenkbelasting krijgen. Laat u zich over deze ingewikkelde problematiek en de hierbij te vervullen voorwaarden vooraf goed adviseren.

 

(Be)lonen

Beoordeel of de keuze voor de werkkostenregeling in 2012 voordeliger is

Per 1 januari 2011 is de werkkostenregeling ingevoerd, een regeling voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen en voor secundaire arbeidsvoorwaarden. De regeling houdt in dat de werkgever tot maximaal 1,4% van de totale fiscale loonsom, de zogenoemde vrije ruimte, kan besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Daarnaast kunnen bepaalde zaken onbelast vergoed of verstrekt worden door gebruik te maken van gerichte vrijstellingen. Onder de gerichte vrijstellingen vallen: reiskosten voor het werk (1), kosten van tijdelijk verblijf in het kader van het werk (2), kosten van cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en kosten van outplacement (3), studiekosten, het volgen van een procedure ter erkenning van verworven competenties, de kosten van een verplichte inschrijving in een beroepsregister (4), extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (5), kosten van verhuizing voor het werk en de kosten van het overbrengen van de boedel (6).

Tot en met 2013 mag nog gekozen worden voor voortzetting van de huidige regeling(en) voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. De werkkostenregeling kent zowel voor- als nadelen. De komende twee jaar mag nog gewisseld worden tussen de beide systemen. Een keuze in 2012 voor de werkkostenregeling verplicht u niet om in 2013 ook die regeling toe te passen. Om in 2014 niet voor verrassingen te komen te staan is het aan te raden om al in 2012 te gaan proefdraaien met de werkkostenregeling.

 Auto van de zaak

Als een werknemer met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto minder dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis privé rijdt, bedraagt de bijtelling 0%. In dat geval kan bij de Belastingdienst een ‘verklaring geen privégebruik’ aangevraagd worden. Na ontvangst van de verklaring geen privégebruik geeft de werknemer een afschrift daarvan aan de werkgever, die vervolgens geen privégebruik van de auto bij het loon hoeft te tellen. Iedere werknemer die een verklaring geen privégebruik aanvraagt, kan een brief van de Belastingdienst krijgen met het verzoek een onderbouwing te geven dat met de auto op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé wordt gereden. Onlangs besliste de Hoge Raad dat ook de kilometers die gemaakt worden om thuis te lunchen, zakelijke kilometers zijn. Deze ritjes hebben in het geval van een kilometeradministratie dus geen effect op de maximaal 499 te rijden privé kilometers. Vanaf 2012 bent u verplicht direct aan de Belastingdienst te melden wanneer u constateert dat u meer dan 500 kilometers privé zult gaan rijden. U wordt vanaf 2012 extra beboet als u dit nalaat.

 Als de werknemer een duurdere auto wil rijden dan zal een werkgever vaak verlangen dat de werknemer een (hogere) eigen bijdrage betaalt. Deze bijdrage kan in beginsel in mindering worden gebracht op de bijtelling privégebruik auto, maar dan moet de werkgever wel schriftelijk verklaren dat de duurdere auto zakelijk gezien niet nodig is. Met andere woorden: de bijdrage moet betrekking hebben op het privégebruik van de auto van de zaak. De werkgever moet dit goed vastleggen in zijn administratie.

 Overweeg om een zuinige auto te gaan rijden. In 2012 gelden diverse percentages voor bijtellingen van een auto van de zaak. De uitstoot van CO2 is daarbij het uitgangspunt. Het is voor de bijtelling fiscaal aantrekkelijk om een zuinige auto te kopen vóór 1 juli 2012

 Verdeel bijtelling auto van de zaak over dga en echtgenoot

Voor de directeur-grootaandeelhouder die samen met zijn partner op de loonlijst van de bv staat, kan het voordelig zijn de bijtelling voor het privégebruik auto te delen. Dit kan uiteraard slechts als één auto ter beschikking is gesteld die aan beide partners ter beschikking wordt gesteld. Het voordeel hiervan is dat de bijtelling over beiden wordt verdeeld. Als een van de partners een hoger inkomen heeft dan de andere partner, kan dit tot een lager bedrag aan loonheffing leiden over een deel van de bijtelling.

 Diverse regelingen voor bestelauto’s

Voor een werknemer met een bestelauto geldt in beginsel dat aangetoond moet worden dat met de bestelauto niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden. Omdat het bijhouden van een kilometeradministratie voor bestelautorijders vaak nogal lastig is omdat veel ritten op één dag worden gemaakt, geldt er een vereenvoudigde rittenadministratie voor bestelauto’s. Zo hoeft niet alle informatie per rit vastgelegd te worden als die informatie maar uit de administratie van de werkgever blijkt. Daarbij kan gedacht worden aan de bezochte zakelijke adressen. In dat geval moeten werkgever en werknemer schriftelijk zijn overeengekomen dat de werknemer deze vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat geen privégebruik van de bestelauto tijdens werk- en lunchtijd is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie beschikbaar heeft.

 Per 1 januari 2012 wordt voor bestelautorijders een ’verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ ingevoerd. Met deze verklaring wordt aangegeven dat de bestelauto uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt, en dat met de bestelauto geen kilometer privé wordt gereden. In deze situatie hoeft geen rittenregistratie te worden gevoerd, vanaf het moment dat de inspecteur heeft aangegeven dat hij de verklaring heeft ontvangen. Als de bestelauto weer privé wordt gebruikt, moet dat gemeld worden aan de Belastingdienst. Als bij de Belastingdienst een vermoeden bestaat van privé gebruik kan de werknemer of de inhoudingsplichtige worden verzocht aan te tonen dat sprake was van zakelijke ritten.

 Naast de voorgaande regelingen is het mogelijk dat voor een bestelauto geen bijtelling in aanmerking genomen hoeft te worden. Dat is het geval als de bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Het is aan te raden om met de Belastingdienst te overleggen of een bepaalde bestelauto onder deze categorie valt. Daarnaast kan een bijtelling voor een bestelauto achterwege blijven als sprake is van doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto door verschillende bestuurders. De werkgever is in dat geval wel € 300 per jaar verschuldigd aan loonbelasting. Een bijtelling hoeft verder ook niet plaats te vinden als de werkgever het privégebruik van de bestelauto (schriftelijk) heeft verboden of als de werkgever  niet heeft toegestaan dat de bestelauto mee naar huis wordt genomen.

 Benut de verhuiskostenvergoeding

Als geen gebruik wordt gemaakt van de werkkostenregeling kan de werkgever een onbelaste verhuiskostenvergoeding geven aan zijn werknemer als die voor werk moet verhuizen. De kosten van het overbrengen van de boedel mogen belastingvrij vergoed worden plus een vergoeding voor herinrichting van € 7.750. Om voor de vergoedingen in aanmerking te komen moet de werknemer op meer dan 25 kilometer van zijn werk wonen en verhuizen naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt. De verhuizing moet plaatsvinden binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing. Als een werknemer minder dan 25 kilometer maar meer dan 10 kilometer van zijn werk woont en verhuist naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt, kan de vergoeding ook nog worden betaald. In dat geval moet hij wel kunnen aantonen dat hij uit zakelijk oogpunt verhuist.

 Spaarloonregeling en opname van spaarloontegoed

Per 1 januari 2012 vervalt de spaarloonregeling. Als de werknemer per 1 januari 2011 in dienst is gekomen en als nog geen gebruik is gemaakt van de spaarloonregeling dan kan in 2011 nog eenmalig maximaal € 613 van het brutoloon zonder inhouding van sociale premies en loonheffing gestort worden. De werkgever is over het spaarloon 25% eindheffing verschuldigd.

Het opgebouwde vermogen op de spaarloonrekening valt op 1 januari 2012 vrij, maar het is ook toegestaan het tegoed te laten staan op de geblokkeerde spaarrekening. Als de voorwaarden van de spaarloonregeling in acht worden genomen, dan blijft voor die tegoeden de vrijstelling in box 3 tot 2016 in stand. De tegoeden worden dan jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven.

Levensloopregeling

De levensloopregeling wordt vanaf 1 januari 2012 alleen opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 minimaal € 3.000 (inclusief rendement) op hun levensloopregeling hebben staan. Voor deze deelnemers geldt een overgangsregeling maar zij zijn niet verplicht deel te nemen aan deze overgangsregeling levensloopregeling. Zij mogen het spaartegoed in 2013 namelijk onbelast doorstorten naar de in 2013 in te voeren regeling ‘vitaliteitssparen. Als een levensloopdeelnemer minder dan € 3.000 op de levensloopregeling heeft staan kan het tegoed in 2012 of in 2013 voor verlof worden opgenomen of  kan het in 2013 onbelast doorgestort worden naar vitaliteitssparen.

Consumpties op het werk

De werkgever mag gratis consumpties verstrekken aan de werknemer. Doet de werkgever dat niet, dan kan hij er ook voor kiezen een vrije vergoeding te geven van € 0,55 per dag. De vergoeding mag ook worden gegeven als thuis wordt gewerkt en dat geldt ook voor de directeur-grootaandeelhouder. Pas met deze regeling op als de werkkostenregeling wordt toegepast want een vergoeding in geld is in die situatie niet vrijgesteld.

Renteloze lening aan werknemer

Een werkgever kan aan een werknemer, onder bepaalde voorwaarden, een renteloze lening verstrekken. Als de personeelslening wordt gebruikt voor de aanschaf/verbetering/onderhoud van een eigen woning (in box 1) of wordt gebruikt voor zaken die geheel of nagenoeg geheel belastingvrij vergoed hadden kunnen worden (bijvoorbeeld een computer of een telewerkplek), dan leidt de renteloze lening niet tot een bijtelling op het loon. De werknemer moet een schriftelijke verklaring afgeven waarin staat dat de werknemer de lening gebruikt heeft voor de koop van een eigen woning die tevens hoofdverblijf is. De werkgever moet deze verklaring bij zijn loonadministratie bewaren.

Het is ook mogelijk een laagrentende of renteloze lening aan de werknemer te verstrekken voor andere zaken. In dat geval wordt het verschil tussen de normrente van 2,5% en het lagere werkelijke rentepercentage tot het loon gerekend. Maar zelfs met deze bijtelling kan het heel aantrekkelijk zijn om te lenen van de werkgever. Het is toegestaan het rentevoordeel in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar tot het loon te rekenen, tenzij de dienstbetrekking eerder eindigt.

Het kan voor zowel werkgever als werknemer fiscaal interessant zijn als de werknemer een lening verstrekt aan de werkgever. Het voordeel daarvan is dat de rente die de werknemer ontvangt hoger kan zijn dan de rente die hij anders over zijn spaargeld ontvangt. De werkgever betaalt een lagere rente dan hij anders aan de bank verschuldigd zou zijn. Voor de werknemer is de hogere rente niet belast omdat hij in box 3 over zijn vermogen (en niet over zijn rente-inkomsten) wordt belast. Een hogere rente heeft op box 3 geen effect. Voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) is de regeling minder geschikt omdat de gelden die hij aan zijn bv uitleent, onder de terbeschikkingsregeling vallen en in dat geval is de rente progressief belast in box 1.

Pensioenen

Pensioenen

Een bv mag voor haar dga een pensioen in eigen beheer vormen, mits de dga een belang van 10% of meer heeft in zijn werkgever/de bv. Zorg er voor dat de pensioenbrief voldoet aan de fiscale regels.

Banksparen

Deze regeling maakt het mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen voor uw eigen woning of te sparen voor een lijfrente in verband met een pensioentekort of gouden handdruk. Door middel van een geblokkeerde rekening kunt u in geld of beleggingen sparen voor de aflossing van uw woning of voor uw oude dag. Het voordeel van deze regeling is dat de kosten van zo’n bankproduct veel lager zijn dan van de traditionele verzekeringen bij verzekeringsmaatschappijen. Hierdoor kan van uw inleg meer geld overblijven voor het oorspronkelijke doel van het sparen. Premies voor lijfrente in verband met een pensioentekort die u in de aangifte 2011 wilt aftrekken moeten in 2011 daadwerkelijk zijn betaald. U kunt geen premies betaald in 2012 terugwentelen naar 2011! Bepaal met uw adviseur de maximaal aftrekbare premies (benut de jaarruimte en reserveringsruimte maximaal).

Aanpassing 30%-regeling

Per 1 januari 2012 wordt de 30%-regeling aangepast en worden de voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze regeling strenger. Zo geldt er een salarisnorm van € 35.000 exclusief vergoeding om de specifieke deskundigheid aan te tonen. Voor de wetenschap geldt een verlaagde salarisnorm van € 26.605 voor jonge promovendi (onder de 30 jaar). De 30%-regeling wordt toegekend voor 8 jaar. Als een werknemer eerder al in Nederland is verbleven of tewerk is gesteld wordt deze periode gekort op de duur van maximale duur. Verder komen grensarbeiders die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen niet meer in aanmerking voor de 30%-regeling. Er geldt een eerbiedigende werking voor reeds afgegeven 30%-regelingen.

 Geschenkenregeling loonbelasting

Als werkgever kunt u uw werknemers tot een bedrag van € 70 een geschenk geven waarop dan een eindheffing van toepassing is van 20%. Is de waarde van het geschenk hoger dan € 70, dan kunt u gebruikmaken van de kleine verstrekkingenregeling, mits het totaal op jaarbasis een bedrag van € 272 niet te boven gaat en het per verstrekking niet meer is dan € 136. Hierover moet u als werkgever het tabeltarief als eindheffing toepassen. De geschenkenregeling is niet van toepassing op een contante betaling. Raadpleeg uw adviseur.

Inkomstenbelasting

 Fiscaal partnerschap voor samenwoners wordt in 2012 uitgebreid

Per 1 januari 2011 zijn slechts de ongehuwde samenwoners die daadwerkelijk op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven en daarnaast over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben, zijn aangemeld als elkaar partners voor een pensioenregeling of een gezamenlijke woning bezitten, die het hoofdverblijf is, elkaars fiscale partner. Ook ongehuwde samenwoners die hun huisgenoot hebben aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen zijn fiscale partners van elkaar. Vanaf 2011 geldt er dus geen keuze meer, als aan één van de voorwaarden is voldaan, is sprake van verplicht fiscaal partnerschap. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA), dan zijn zij voor heel 2011 toch elkaar fiscale partners.

 Het fiscaal partnerschap eindigt vanaf 1 januari 2011 pas als beide echtgenoten op een ander adres staan ingeschreven in de GBA en als een verzoek bij de rechter is ingediend tot scheiding of tot scheiding van tafel en bed.

 Per 1 januari 2012 wordt het fiscaal partnerbegrip voor de inkomstenbelasting uitgebreid. Vanaf die datum worden ongehuwd samenwonenden die een of meer kinderen in hun gezin hebben uit een andere relatie, aangemerkt als fiscale partners. Dit worden de samengestelde gezinnen genoemd. Van fiscale partners is dan sprake als zij samen met een minderjarig kind van een van hen op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven.

 T-biljet indienen

Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk teveel loonbelasting/premies volksverzekering zijn ingehouden. In dat geval kan het teveel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet terug gevraagd worden. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14 (vanaf 2009) of € 13 (voor de jaren t/m 2008) bedragen. Tot en met 31 december 2011 kunnen de T-biljetten over 2006 en latere jaren nog ingediend worden. Laat uw adviseur vooraf een berekening maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld tot een te betalen bedrag leidt, in plaats van tot een teruggave.

 Aftrekbare onderhoudskosten rijksmonument

De onderhoudskosten van een rijksmonument zijn aftrekbaar. Als u deze woning als hoofdverblijf bewoont zijn bovendien ook de eigenaarslasten en afschrijvingen aftrekbaar. Er geldt wel een aftrekdrempel. Die drempel bedraagt voor een rijksmonument in box 1, 0,80% van de eigenwoningwaarde en 4% van de waarde in het economische verkeer per begin van het kalenderjaar als het rijksmonument in box 3 valt. Met ingang van 2012 wordt de regeling voor rijksmonumenten minder aantrekkelijk. Vanaf 1 januari 2012 vervalt namelijk de aftrek voor eigenaarslasten en afschrijvingen en van de onderhoudskosten is nog maar 80% aftrekbaar. Als voor 31 december 2011 nog onherroepelijke verplichtingen worden aangegaan voor onderhoudskosten en deze uitgaven worden vóór 1 januari 2014 nog gedaan, dan kan toch nog aftrek voor de volledige onderhoudskosten worden gekregen.

 Middeling

Als de hoogte van uw belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor een middelingsteruggave. Dat houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over de drie jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat alle drie de aanslagen over de jaren die in het middelingsverzoek zijn begrepen, definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden (geen bezwaar ingediend). Het verzoek tot middeling moet binnen drie jaar nadat alle drie de aanslagen definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden, worden ingediend. Daarnaast geldt de voorwaarde dat een bepaalde drempel (€ 545) moet worden overstegen. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Reken vooraf het verzoek tot middelingsteruggaaf dus goed door voor welke jaren u een verzoek indient. Soms is het lucratiever om het verzoek tot middelingsteruggaaf uit te stellen en te wachten op een definitieve aanslag van een volgend jaar. Middeling kan ook een leuke optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste ‘echte’ baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad.

 (Kleine) hypotheek aflossen

Het aflossen van een kleine hypotheek die nog rust op uw eigenwoning kan interessant zijn. Voor een woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op uw inkomen verlaagt de aftrek van de hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op uw eigenwoning rust, hoeft het eigenwoningforfait, of een deel daarvan, niet bij uw inkomen geteld te worden. Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 bespaart.

 Vorm een herinvesteringsreserve

Als u met de verkoop van een bedrijfsmiddel een boekwinst maakt, kunt u belastingheffing uitstellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan op de balansdatum wel een voornemen tot herinvesteren hebben. U heeft dan tot drie jaar na het jaar waarin de reserve gevormd is, de tijd om te herinvesteren. Herinvesteert u niet binnen deze termijn, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en is de boekwinst alsnog belast. Een herinvesteringsreserve die in 2008 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2011 benut zijn voor een nieuw bedrijfsmiddel, om vrijval van de reserve te voorkomen. Controleer daarom vóór 31 december 2011 of u nog moet investeren om belastingheffing over de vrijval van de herinvesteringsreserve te voorkomen. Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn nog worden verlengd. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren. De afboeking van de herinvesteringsreserve kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een periode die langer is dan 10 jaar wordt afgeschreven, zoals bijvoorbeeld een bedrijfspand. In dat geval geldt de aanvullende voorwaarde dat bij het vervangende bedrijfspand sprake moet zijn van het in economische zin vervullen van dezelfde functie. Bij de herinvesteringsreserve geldt de minimumboekwaarde-eis die inhoudt dat de boekwaarde van het geïnvesteerde bedrijfsmiddel (of de som van de boekwaarden) na afboeking van de herinvesteringsreserve niet lager mag zijn dan de boekwaarde van het oude (verkochte) bedrijfsmiddel.

 Willekeurige afschrijvingen

Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 301.800 willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de ’bodemwaarde’ worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de vorige drie jaren. Ook kan het zijn dat door een optimale willekeurige afschrijving recht ontstaat op een middelingsteruggave. Let er wel op dat door deze afschrijvingen het recht op zelfstandigenaftrek kan vervallen in de situatie dat verlies wordt geleden.

 Geef een (zakelijke) beloning aan uw meewerkende partner

Als uw partner meewerkt in uw IB-onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan uw partner toe te kennen. Deze vergoeding kunt u ten laste brengen van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Als u voor de inkomstenbelasting in het toptarief (52%) valt, kan een flink progressievoordeel worden behaald. Zeker als uw partner geen of slechts geringe andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel een paar voorwaarden. Zo moet het bedrag van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en moet u het bedrag periodiek aan uw partner betalen. Een beloning die lager is dan € 5.000 is niet aftrekbaar van de winst en niet belastbaar bij de partner. Als u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd, mag de beloning zelfs schuldig gebleven worden. Een andere mogelijkheid in verband met de arbeid van uw partner, is het claimen van de meewerkaftrek. Deze faciliteit wordt toegepast binnen de aangifte inkomstenbelasting en bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. Uw partner wordt in dit geval niet belast voor de aftrek. De aftrek kan worden toegepast als de partner minimaal 525 uur in uw onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Daarnaast moet u zelf recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Een andere mogelijkheid is om met uw partner een VOF of een maatschap aan te gaan. Als uw partner als ondernemer kan worden aangemerkt, kan uw partner ook de MKB-winstvrijstelling verkrijgen.

B

Investeringsaftrek

Investeringen in bedrijfsmiddelen van minimaal € 450, leidend tot een totaal investeringsbedrag van meer dan € 2.200, kunnen in aanmerking komen voor de (kleinschaligheids)investeringsaftrek. Deze aftrek kan geoptimaliseerd worden door goed te kijken naar zowel het tijdstip als de hoogte van de investeringen. Als het totale investeringsbedrag in 2011 hoger is dan € 301.800 is geen aftrek meer mogelijk. De investeringsaftrek geldt ook voor zeer zuinige personenauto’s en nulemissieauto’s (elektrische auto).

 Laatste kans om versneld (willekeurig) af te schrijven

De crisismaatregel waarbij een bedrijfsmiddel in twee jaar (in plaats van in vijf jaar) mag worden afgeschreven loopt af op 31 december 2011. Op investeringen die u in 2011 doet, mag u dus in 2011 en 2012, 50% per jaar afschrijven. Er hoeft niet tijdsevenredig afgeschreven te worden, dus ook op een op 31 december 2011 aangeschaft bedrijfsmiddel, kunt u in 2011 nog 50% afschrijven. Het bedrijfsmiddel moet dan wel voor 1 januari 2016 in gebruik worden genomen. De regeling geldt niet voor alle bedrijfsmiddelen. Zo zijn onder meer gebouwen, software, goodwill en personenauto´s uitgesloten. Zeer zuinige auto´s mogen overigens wel versneld worden afgeschreven. Deze gunstige regeling geldt ook als het bedrijfsmiddel nog in 2011 besteld wordt maar pas in 2012 betaald wordt. Vereist is wel dat het bedrijfsmiddel binnen drie jaar in gebruik wordt genomen.

 Wijziging zelfstandigenaftrek in aantocht voor lagere winst

Tot en met 2011 geldt het uitgangspunt nog dat hoe hoger de winst uit onderneming is, hoe lager de zelfstandigenaftrek is. Het maximum van de zelfstandigenaftrek bedraagt in 2011 € 9.484 en dat bedrag geldt tot een winst van € 14.045. Als de winst hoger is dan € 59.810 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog maar € 4.602. Deze systematiek gaat wijzigen per 1 januari 2012 in die zin dat een vaste aftrek geïntroduceerd wordt van € 7.280. De aftrek is niet langer afhankelijk van de hoogte van de winst. Ondernemers met een lage winst zullen er daarom in 2012 op achteruit gaan. Het is aan te bevelen om binnen het mogelijke, winst door te schuiven naar 2012 of kosten naar voren halen, waardoor uw winst over 2011 wat lager wordt en uw winst over 2012 hoger.

 Verkoop een afgewaardeerde tbs-vordering aan kinderen

Van een terbeschikkingstellingsvordering (tbs-vordering) is sprake als een directeur-grootaandeelhouder een vordering heeft op zijn eigen bv. In tegenstelling tot “normale” vorderingen valt een tbs-vordering niet in box 3 maar in box 1. Dat betekent dat een tbs-vordering onder voorwaarden in box 1 afgewaardeerd kan worden, als de waarde van de vordering lager wordt dan de nominale waarde. In dat geval kan de afwaardering ten laste van het inkomen in box 1 gebracht worden. Deze vordering loopt in de toekomst wellicht weer vol. In dat geval is de opwaardering van de vordering belast tegen het progressieve tarief. Dat kan voorkomen worden als de afgewaardeerde vordering verkocht wordt aan bijvoorbeeld een meerderjarig kind van de directeur-grootaandeelhouder die geen aandelen in de bv heeft. De vordering loopt bij dit kind dan onbelast vol. Dit is niet het geval indien de lening niet onder zakelijke voorwaarden is afgesloten.

 Dga  mag onbelast rendement behalen op overtollig bv-geld!

De dga moet zakelijk handelen met ‘zijn’ bv. Als de bv niet al haar liquide middelen nodig heeft, zal zij deze liquide middelen op een ondernemersdeposito zetten. Dat levert maar een beperkt rentepercentage op voor de bv. De dga kan op een privéspaarrekening een hoger rentepercentage krijgen dan zijn bv op het ondernemersdeposito. In dat geval kan de dga ervoor kiezen om geld te lenen van de bv en dat bedrag vervolgens op een privérekening te zetten. Zolang de dga maar het rentepercentage vergoedt aan de bv dat de bv anders van de bank zou hebben ontvangen, hoeft over het renteverschil geen belasting te worden betaald. De dga moet in het kader van zekerheid voor de aflossing wel zijn privé-spaarrekening cederen aan de bv.

 Doorschuiving voor einde van terbeschikkingstelling bij echtscheiding

De dga die in gemeenschap van goederen is gehuwd en een vermogensbestanddeel, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking stelt aan zijn bv of aan de bv van zijn echtgenoot, krijgt te maken met de terbeschikkingstellingsregeling. Bij gemeenschap van goederen wordt het pand vanaf 2011 aan beide echtgenoten voor 50% toegerekend en bij beide echtgenoten valt dit pand in box 1. Als de dga en zijn echtgenoot gaan scheiden en het pand en/of de aandelen worden volledig aan een van de twee echtgenoten toegerekend dan moet de andere echtgenoot met de Belastingdienst afrekenen over op het toerekentijdstip aanwezige meerwaarde omdat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Vanaf 2012 hoeft er niet meer direct afgerekend te worden met de Belastingdienst omdat een doorschuifregeling voor dit soort situaties wordt geïntroduceerd. De regeling houdt in dat de terbeschikkingstelling kan worden voortgezet zodat niet afgerekend hoeft te worden met de fiscus. Het blijft overigens wel mogelijk om af te rekenen (in geval sprake is van een te realiseren boekverlies). In dat geval moeten de voormalige echtgenoten gezamenlijk een schriftelijk verzoek daartoe indienen bij de Belastingdienst.

 BTW

 Nieuwe regeling voor btw privégebruik auto

Met ingang van 1 juli 2011 is de regeling voor de btw-correctie privégebruik auto belangrijk gewijzigd. Vanaf dat moment wordt het privégebruik van een auto van de zaak voor de btw belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Het woon-werkverkeer wordt als privégebruik aangemerkt. Met ingang van 1 juli 2011 wordt niet langer de bijtelling voor de inkomsten- en loonbelasting als uitgangspunt genomen voor de bijtelling voor de btw. Het privégebruik auto is voor de btw vanaf 1 juli 2011 als fictieve dienst belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Daarbij geldt dat het woon-werkverkeer niet langer als zakelijk gebruik wordt aangemerkt maar als privégebruik. Aangezien het bijhouden en administreren van het werkelijke privégebruik een flinke klus is, wordt goedgekeurd dat 2,7% van de catalogusprijs van de auto (dat is de prijs inclusief btw en bpm) als correctie voor de btw in aanmerking wordt genomen. Als aangetoond kan worden dat het werkelijk privégebruik lager is, mag de btw gecorrigeerd worden over dit lagere bedrag. Dit zal vooral bij wat oudere auto’s of auto’s die onder de btw-margeregeling zijn aangekocht het geval zijn. Als de werknemer een vergoeding betaalt aan de werkgever voor het ter beschikking stellen van de auto, moet de werkgever over die vergoeding 19% btw afdragen. Om te voorkomen dat de btw-correctie op die manier wordt ontgaan, wordt de btw-correctie in dit soort situaties gesteld op de normale waarde van het privégebruik die tenminste gelijk is aan de door de ondernemer gemaakte uitgaven voor het privé gebruik.

 De nieuwe regeling is op 1 juli 2011 in werking getreden en is een gevolg van jurisprudentie waarbij werd aangevochten dat de btw-correctie moest worden berekend over het bijtellingspercentage van het privégebruik auto voor de inkomsten- en loonbelasting. De ondernemer vond het niet terecht dat over een auto met een bijtelling van 14% een lagere btw-correctie hoefde te worden gedaan dan over een auto met een bijtellingspercentage van 20% of 25%. De ondernemer kreeg gelijk van Rechtbank Haarlem. Iedere ondernemer voor de btw, in de periode vóór 1 juli 2011 kan op grond van de uitspraak van Rechtbank Haarlem een beroep doen op een btw-correctie over het lagere bijtellingspercentage van 14% en mogelijk zelfs over het vanaf 2010 geldende bijtellingspercentage van nihil voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van nul. Dat geldt ongeacht of voor de loon- en inkomstenbelasting wel een hoger percentage bijgeteld moet worden. Het is raadzaam om tegen de btw-correctie over het eerste half jaar van 2011 bezwaar aan te tekenen.

 Corrigeer tijdig btw-aangiften over 2011

Als blijkt dat u over 2011 te weinig btw heeft aangegeven kunt u dat het beste corrigeren en meteen betalen, vóór 1 april 2012. Doet u het na die datum dan bent u namelijk heffingsrente verschuldigd. Als de correctie groot is krijgt u bovendien een boete opgelegd. U mag de correctie van de aangegeven btw over het jaar 2011 niet aangeven in de laatste aangifte van het jaar; u dient dit middels het formulier Suppletie Omzetbelasting te doen. Bij correcties van € 20.000 of meer of bij correcties van 10% of meer van de al aangegeven en afgedragen btw is een administratieve boete verschuldigd van 5% met een maximum van € 4.920. De regels worden per 2012 aangescherpt. Als de btw-ondernemer ontdekt dat hij te veel of te weinig btw heeft afgedragen moet hij op eigen initiatief een suppletie btw indienen. Doet hij dat niet tijdig, dan riskeert hij een boete van 100% van het niet of het te laag aangegeven en afgedragen bedrag aan btw.

 Vraag btw over dubieuze debiteuren terug

Door de crisis zal het vaker dan voorheen voorkomen dat u slecht of niet-betalende debiteuren heeft. Als u bij de inspecteur een verzoek indient kunt u de btw die u al heeft afgedragen op de facturen van deze debiteuren terug krijgen. Het is wel noodzakelijk dat u stukken heeft waaruit de oninbaarheid blijkt. Het verzoek doet u binnen één maand na het aangiftetijdvak waarin duidelijk is geworden dat de debiteur de factuur niet betaalt.

Check herziening van btw

Als u in het verleden roerende of onroerende zaken heeft gekocht waarbij btw geheel of deels in aftrek is gebracht, dan kan het zijn dat deze btw-aftrek moet worden herzien. Herziening kan zich voordoen als het gebruik van de roerende of onroerende zaken wijzigt. Dit is bijvoorbeeld het geval als u een pand in de loop van 2011 bent gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties terwijl u voorheen btw-belaste prestaties verrichtte. Andersom is ook mogelijk; u bent een pand gaan gebruiken voor belaste prestaties, terwijl u voorheen vrijgestelde prestaties verrichtte. In beide gevallen moet u de btw herzien. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van tien jaar, voor roerende zaken geldt een termijn van vijf jaar. Op het investeringstijdstip moet al rekening worden gehouden met privégebruik dus met een beperkte aftrek van de voorbelasting met een eventuele correctie in de komende vijf of tien jaar.

 Vorm of verbreek een fiscale eenheid btw

Een fiscale eenheid voor de btw kan uit praktisch oogpunt voordelig zijn. De in de fiscale eenheid opgenomen ondernemingen hoeven op onderlinge prestaties immers geen btw te berekenen. Er kleven echter ook nadelen aan zo´n fiscale eenheid. Het belangrijkste nadeel is de hoofdelijke aansprakelijkheid die bestaat voor de btw-schulden van alle ondernemingen die deel uitmaken van de fiscale eenheid. Het verbreken van een fiscale eenheid moet zo snel mogelijk schriftelijk aan de Belastingdienst worden gemeld. De hoofdelijke aansprakelijkheid loopt anders ten onrechte door en dat kan grote gevolgen hebben. Tijdig melden dus! Overigens wordt een verzoek om verbreking van de fiscale eenheid door de Belastingdienst slechts geaccordeerd als er in financieel, organisatorisch of economisch opzicht geen sprake meer is van een eenheid.

 Kleine-ondernemersregeling

De omzetbelasting kent een speciale regeling voor ondernemers/natuurlijke personen die op jaarbasis maximaal € 1.883 aan btw verschuldigd zijn. Dit bedrag is na aftrek van de voorbelasting. Als u in aanmerking komt voor deze regeling hoeft u een deel of de gehele btw niet te voldoen. Als u op jaarbasis niet meer dan € 1.345 aan btw bent verschuldigd geldt een volledige vermindering. U moet er wel rekening mee houden dat het bedrag van de vermindering tot het inkomen in box 1 hoort, dus helemaal belastingvrij is de regeling niet. Als de verschuldigde btw op jaarbasis minder bedraagt dan € 1.345 kunt u de Belastingdienst zelfs verzoeken om een ontheffing van de factureer- en aangifteverplichting. De Belastingdienst zal bij tegemoetkoming aan dit verzoek wel voorwaarden stellen.

 B2B-diensten voor de btw

Per 1 januari 2010 is de btw-regeling vereenvoudigd voor ondernemers die grensoverschrijdende diensten verrichten binnen de EU. Vanaf deze datum geldt voor diensten van bedrijven die aan andere bedrijven diensten verrichten (de zogenoemde business to business (B2B-diensten) het bestemmingslandbeginsel.

 Bepalend voor de btw is de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd. De regeling houdt in dat een Nederlands bedrijf die aan een in een ander EU-land gevestigd bedrijf een dienst verricht, de btw verlegt naar deze buitenlandse ondernemer. De Nederlandse btw-ondernemer moet in dat geval nog wel een opgave van deze EU-diensten verstrekken aan de Belastingdienst. Op de B2B-regeling gelden diverse uitzonderingen. Zo zijn bijvoorbeeld vervoersdiensten of de verhuur van vervoermiddelen van de regeling uitgezonderd.

 Btw aangifte doen per maand of per kwartaal?

Btw-aangiften mogen per maand of per kwartaal worden gedaan. Het doen van aangifte per kwartaal levert de ondernemer een liquiditeitsvoordeel op. Daarnaast zijn ook de administratieve lasten van een kwartaalaangifte minder groot dan bij een maandaangifte. Als de aangifte btw doorgaans tot een teruggave leidt, is het voordeliger om de aangifte btw per maand te blijven doen of te gaan doen.

 Vennootschapsbelasting

 Aangaan of verbreken fiscale eenheid

Het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting tussen meerdere vennootschappen heeft bepaalde voordelen, zoals het fiscaal geruisloos doorvoeren van een herstructurering en de directe verrekening van onderlinge winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen. Fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting die per 1 januari 2012 moeten ingaan, moeten worden aangevraagd voor 1 april 2012. Als het gewenst is om per 1 januari 2012 geen onderdeel meer te zijn van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, bjvoorbeeld om gebruik te kunnen maken van het lage vennootschapsbelastingtarief van 20%, moet het verzoek tot verbreking (ontvoeging)  uiterlijk 31 december 2011 zijn ingediend. Raadpleeg vooraf uw adviseur.

 Verruimde regeling voor terugwenteling van verliezen loopt eind 2011 af

Het jaar 2011 is het laatste jaar waarin een verlies tijdelijk met winsten van de drie voorafgaande jaren mag worden verrekend. Vanaf 2012 is verliesverrekening slechts weer mogelijk met de winst van één jaar terug. Een verlies in 2011 kan dus nog verrekend worden met winsten over 2008, 2009 en 2010. Als in 2011 wordt gekozen voor de verruimde carryback-regeling wordt de carry-forward termijn ingekort tot zes jaar in plaats van de wettelijke termijn van negen jaar. Daarnaast geldt voor de verruimde carryback-regeling een maximum van € 10 miljoen verlies per jaar. Het is daarom belangrijk dat kosten en omzet binnen de fiscale mogelijkheden zo goed mogelijk worden gepland. Ook het vormen van of juist het laten vrijvallen van voorzieningen bieden hierin een planningsmogelijkheid. Ook uitgaven die de komende jaren zullen worden gedaan, kunnen onder voorwaarden, al in 2011 ten laste van de winst worden gebracht. Zo kunnen bijvoorbeeld de toekomstige onderhoudskosten van een bedrijfspand in 2011 al deels in aftrek worden gebracht (kosten egalisatiereserve). De keuze voor de verruimde verliesverrekeningsmogelijkheid moet in de aangifte vennootschapsbelasting 2011 worden gemaakt.

 Verliezen uit 2002 gaan verdampen

Verliezen uit 2002 en eerdere jaren zullen per 31 december 2011 verdampen. Ga na of verliesverdamping kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten te realiseren (goodwill) te realiseren. Neem hierover contact op met uw adviseur.

 Overweeg een IB-onderneming

Er bestaat een fiscale faciliteit om uw bv (terug) om te zetten in een IB-onderneming (eenmanszaak of aandeel in een personenvennootschap) zonder dat u daarover fiscaal hoeft af te rekenen. Zeker als een zeer groot deel van het bedrijfsresultaat van de bv opgaat aan uw salaris, doordat de dga met zijn  persoonlijke werkzaamheden de volledige omzet van zijn bv verdient, kan het zinvol zijn om uit fiscaal oogpunt uw ondernemingsactiviteiten weer in een IB-onderneming voort te zetten. Daarnaast kan de IB-onderneming een goede keuze zijn voor de directeur-grootaandeelhouder die met zijn persoonlijke werkzaamheden de volledige omzet van zijn bv verdient. Deze dga zal namelijk een hoog gebruikelijk loon moeten opnemen (‘afroommethode’) waardoor de bv-variant minder aantrekkelijk kan worden. Door de inkomsten als winst uit onderneming te gaan genieten, kan de MKB-winstvrijstelling van 12% worden benut. Verder bestaat recht op de zelfstandigenaftrek en overige ondernemersfaciliteiten, zoals de oudedagsreserve. Laat uw belastingadviseur tijdig voor u berekenen of omzetting van de bv in een eenmanszaak voor u wellicht voordeliger is. Het is ook mogelijk dat u naast uw bv een IB-onderneming gaat drijven. Het is dus niet noodzakelijk dat van de (terugkeer)faciliteit gebruik wordt gemaakt. Ook het overnemen van (een deel ) van de bedrijfsactiviteiten van de bv door de eenmanszaak met fiscale afrekening bestaat tot de mogelijkheden. Hierbij gerealiseerde (stille en/of fiscale) reserves kunnen eventueel worden verrekend met nog verrekenbare verliezen van de bv.

 Benut de innovatiebox

Voor octrooien, patenten en immateriële activa die zijn voortgekomen uit speur- en ontwikkelingswerk waarvoor een S&O-verklaring is gekregen, kan het interessant zijn om te kiezen voor de innovatiebox. De grondslag in de innovatiebox is namelijk met ingang van 2010 aanzienlijk verruimd. Het tarief voor de vennootschapsbelasting voor inkomsten uit innovatieve activiteiten bedraagt slechts 5% terwijl de verliezen op de innovatieve activiteiten aftrekbaar zijn tegen het normale vennootschapsbelastingtarief van 20%-25,5% in plaats van het verlaagde 5%-tarief. Dat maakt de innovatiebox voor bv’s die zich bezighouden met speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaring) een zeer aantrekkelijke regeling. Vraag uw adviseur naar deze bijzondere maar ingewikkelde regeling.

 Benut de Research & Development Aftrek

Vanaf 1 januari 2012 wordt de Research & Development aftrek (RDA) geïntroduceerd voor ondernemingen in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting die investeren in de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten. De RDA is een nieuwe fiscale faciliteit die als doel heeft de directe kosten van R&D te verlagen, niet zijnde loonkosten. Voor de loonkosten geldt immers al een faciliteit in de vorm van de afdrachtvermindering van speur- en ontwikkeling. De RDA bedraagt 40% van van na 31 december 2011 gemaakte kosten voor en gedane investeringen in S&O. Agentschap NL zal de RDA gaan uitvoeren, de verrekening van het daadwerkelijke voordeel vindt plaats via de aangiftes bij de Belastingdienst.

 

Overdrachtsbelasting

Besparing overdrachtsbelasting tot 1 juli 2012

Met ingang van 15 juni 2011 is het percentage voor de overdrachtsbelasting voor (vakantie)woningen tijdelijk verlaagd van 6% naar 2%. Op 1 juli 2012 houdt deze crisismaatregel op te bestaan. Door deze regeling is het nog ruim een half jaar een stuk voordeliger een bestaande woning te kopen.

Overig

Administratie over 2004 kan weggedaan worden

De administratie van uw onderneming moet zeven jaar bewaard worden. Aan het eind van dit jaar kunt u dus de administratie over 2004 en eventueel voorgaande jaren, als u dit nog niet eerder had gedaan, wegdoen. Voor onroerende zaken geldt voor de btw echter een herzieningstermijn van tien jaar. U moet de administratie van onroerende zaken dus langer bewaren dan de zevenjaarstermijn. U heeft deze gegevens misschien nog eens nodig. Permanente documenten zoals notariële aktes, pensioenpolissen, vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst e.d. mogen niet worden weggedaan. Raadpleeg derhalve vooraf uw adviseur.

Ga over op e-factureren

Met ingang van 12 februari 2009 mogen ondernemers hun facturen elektronisch verzenden, zonder nog een papieren factuur uit te reiken. Er geldt slechts één voorwaarde en dat is dat de afnemer moet accepteren dat de factuur nog slechts elektronisch wordt verstuurd. Op de elektronische factuur moeten dezelfde gegevens staan als op de papieren factuur. Bespaar verzendkosten en ga over op e-factureren!

 Controleer VAR telefonisch

Als u iemand inhuurt die een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) heeft, kunt u als opdrachtgever de echtheid van die VAR telefonisch controleren bij het Landelijk Coördinatiepunt VAR van de Belastingdienst. U heeft daarvoor nodig het burgerservicenummer en het VAR-nummer van de betreffende persoon.

 Denk aan de versoepelde invordering van belastingschulden

Door de economische crisis zijn nogal wat ondernemers niet in staat op tijd aan hun betalingsverplichtingen ten aanzien van hun belastingen te voldoen. Het is goed te weten dat er naast de wettelijke mogelijkheden, een bijzondere betalingsregeling geldt voor zakelijke belastingschulden. Door de crisismaatregel kan uitstel van betaling worden verkregen voor een langere periode dan 12 maanden vanaf de uiterste betaaldag van de aanslag. De ondernemer hoeft in dat geval geen zekerheid te verstrekken voor het bedrag van de aanslag. De Belastingdienst stelt aan deze bijzondere uitstelverlening wel een aantal eisen. Zo is het bijvoorbeeld nodig dat het betalingsprobleem niet via de zakelijke kredietverlening kan worden opgelost, het betalingsprobleem moet het gevolg zijn van de economische crisis en moet van tijdelijke aard zijn en moet voor een bepaald tijdstip kunnen worden opgelost. De regeling geldt niet voor betalingsproblemen die vóór 2009 zijn ontstaan of die het gevolg zijn van een andere oorzaak dan de economische crisis.

 Dienstbetrekking van bestuurders van beursvennootschappen wijzigt

Bestuurders van beursvennootschappen hebben per 1 januari 2012 niet langer een civielrechtelijke dienstbetrekking. Om te voorkomen dat voor hen voor de loonbelasting geen inhoudingsgplicht of verzekeringsplicht zou bestaan geldt vanaf 1 januari 2012 dat bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap worden geacht tot de vennootschap in een fictieve dienstbetrekking te staan

© Copyright Fiscaal up to Date
Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid.