Na mijn vorige column over de kosten van uw studerende kinderen, gaat het deze keer over de aftrek van levensonderhoud voor de kinderen. Tegen de mensen die weten hoe het zit wil ik alleen zeggen: “Per 2012 is de leeftijdsgrens van 30 jaar omlaag gegaan naar 21 jaar”.

Waar gaat dit nu over. Heeft u een kind dat niet in staat is om zijn eigen levensonderhoud te voorzien, die geen recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de studiekosten en ontvangt u geen kinderbijslag voor dat kind, dan mag u wellicht uitgaven die u voor dat kind doet (gedeeltelijk) aftrekken.

Het gaat bijvoorbeeld om uitgaven voor eten, kleding, huur, contributies, en premies voor een zorgverzekering. Zijn deze uitgaven minimaal 408 euro per kwartaal, dan heeft u recht op een aftrek. De uitgaven voor “luxe” zaken, zoals een huis, een auto of een bijdrage voor de spaarrekening, die tellen niet mee. Ook uitgaven die aan te merken zijn als specifieke zorgkosten tellen niet mee. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van voornamelijk de leeftijd van het kind en de hoogte van de uitgaven. De aftrekmogelijkheid ontstaat vaak na een echtscheiding of bij co-ouderschap. De ene ouder heeft recht op kinderbijslag en de andere niet.

Als uw kind vermogen of voldoende eigen inkomsten heeft, komt u ook niet voor aftrek in aanmerking. U kunt dat zelf uitrekenen. Stel de uitgaven voor levensonderhoud van uw kind zijn per kwartaal 1.500 euro. Uw kind heeft een eigen inkomen van 1.000 euro. U betaalt dus

500 euro per kwartaal. Uw uitgaven voor levensonderhoud van dit kind zijn minimaal 408 euro per kwartaal. U krijgt dus de aftrek. U bekijkt dat per kwartaal. Het kan dus zo zijn, dat u voor kwartaal 1 en 2 recht heeft op aftrek en niet voor kwartaal 3 en 4.

Dus heeft u een kind jonger dan 21 jaar (2012, 30 jaar 2011), die u financieel ondersteunt, check dan of u voor aftrek in aanmerking komt

Uw belastingadviseur

Jaap Ekkelboom CB

Esteem Accountancy & Belastingadviseurs te Waddinxveen

www.esteem.nl