Als u een BV heeft of wellicht meerdere, dan moet u steeds opletten of u als persoon wel zakelijk handelt met de BV. Zo was er een DGA met een BV die een goed gevulde spaarrekening had. De BV kreeg over dit spaargeld 2,5% rente. De DGA leende het geld van de BV onder zakelijke voorwaarden en betaalde aan de BV een rente van 2,5%. Vervolgens zette hij het in privé op diverse spaarrekeningen en ontving daarover 3,6% rente. Dat is dus een onbelast voordeel van 1,1% in box 3. Er volgde een correctie van de belastingdienst, die dit voordeel in box 1 wenste te belasten als resultaat uit een werkzaamheid. De Rechtbank gaf de DGA gelijk, het Hof gaf de belastingdienst gelijk en uiteindelijk besliste de Hoge Raad dat dit voordeel voor de DGA in deze situatie een onbelast voordeel in box 3 is.

Onlangs viel het balletje weer eens de andere kant op. Er was een DGA met een pand in zijn privé-vermogen. Hij verhuurde dit pand eerst volledig aan diverse werkmaatschappijen. De huuropbrengsten zijn volledig belast in box 1 en alle kosten zijn aftrekbaar. Een aantal van deze werkmaatschappijen gaan failliet. Één werkmaatschappij huurt nog slechts 15%. Echter de werkmaatschappij betaalt nog wel alle service- en huisvestingskosten. Hiermee  bevoordeelt de wekmaatschappij de DGA volgens de belastingdienst. En wel voor een bedrag dat de werkmaatschappij voor zijn rekening neemt, die een normale huurder niet zou betalen. Er is sprake van een vermomde uitdeling en de DGA wordt aangeslagen in box 2. De Rechtbank bevestigt hier de zienswijze van de belastingdienst. De DGA en zijn BV hadden zich bewust moeten zijn van deze bevoordeling.  In normale derdenverhoudingen is het immers niet voorstelbaar dat een huurder kosten voor zijn rekening neemt die de verhuurder verschuldigd is. De DGA heeft niet aannemelijk gemaakt dat de dochter uit zakelijke overwegingen handelde.

Ja, het blijft navigeren met de DGA.

Uw belastingadviseur

Jaap Ekkelboom CB

Esteem Accountancy & Belastingadviseurs te Waddinxveen

www.esteem.nl